Taal







Hoe verloopt de taalontwikkeling?

Het leren van de taal is voor het kind een natuurlijk proces. Belangrijk hierbij is dat het kind goed ziet, hoort en dat in zijn of haar omgeving voldoende taalaanbod is.


De taalontwikkeling begint al in de baarmoeder. De foetus hoort dan al de stem van de moeder. Na de geboorte leert de baby gezichtsuitdrukkingen, lichaamstaal en klanken van de taal.

Rond 9 maanden kunnen baby's al door gebruik te maken van klanken en natuurlijke gebaren duidelijk maken wat ze bedoelen. Enkele maanden later kun je al de eerste woordjes verwachten.

De eerste zes levensjaren van het kind is een gevoelige periode voor het leren van de taal. Het kind leert in deze periode vooral sneller en gemakkelijker dan wanneer hij of zij ouder is. Het is daarom ook belangrijk dat problemen in de taal vroeg worden gesignaleerd, om zo de taalgevoelige periode zo optimaal mogelijk te kunnen benutten. Of te wel, hoe eerder problemen in de taal kunnen worden gediagnostiseerd, hoe groter de kans op verbetering van de klachten.


Hoe kan je zelf de taalontwikkeling van je kind stimuleren?

Het kind leert de taal door de wereld om zich heen te verkennen en mensen om zich heen na te doen. In zowel het doen en laten als qua taal. Hierbij doet het allemaal nieuwe ervaringen op. Als ouder kun je je kind hierin stimuleren door:

  • Kijk, Wacht en Luister
    Kijk waar je kind op dat moment in geïnteresseerd is en sluit vervolgens aan op zijn/ haar interesses.Door te wachten met praten geef je je kind de tijd om zelf iets te vertellen of te reageren om wat je zojuist hebt gezegd of gedaan. Of te wel, stop met praten, leun naar voren en kijk je kind verwachtingsvol aan.
  • Lees voor,
    Laat je kind zelf een boek uitzoeken en maak het voorlezen interactief. Stel bijvoorbeeld vragen, speel bladzijdes na of maak een knutselwerkje behorend bij het boek en bespreek waar het boek over ging.
    Ps. elk kind is tot 16 jaar gratis lid van de bibliotheek.
  • Zing samen liedjes of vertel versjes.
    Het voordeel van liedjes en versjes is dat dezelfde zinnen vaak herhaald worden, wat de taalontwikkeling stimuleert. Hiernaast zijn liedjes en versjes ideaal om als ouder je kind de beurt te geven om te praten. Dit kan je bijvoorbeeld doen door midden in het liedje, of vlak voor het hoogtepunt te stoppen en te wachten. Leun hierbij voorover en kijk je kind verwachtingsvol aan, in de hoop dat hij of zij de zin verder afmaakt.


Wat als de taalontwikkeling anders verloopt?

Het kan natuurlijk zijn dat je het gevoel hebt dat je kind achterloopt in zijn of haar taalontwikkeling. Wanneer je bijvoorbeeld kijkt naar leeftijdsgenootjes op het kinderdagverblijf, peuterspeelzaal of in de speeltuin, zeggen zij al woordjes of maken misschien zelfs al zinnen terwijl jouw kind nog niks/een paar woordjes zegt.

Of merk je dat jouw kind in vergelijking met leeftijdsgenoten nog steeds in 'kromme' zinnen spreekt en de gesproken taal minder goed lijkt te begrijpen .

In bovenstaande gevallen kan er sprake zijn van een taalachterstand of een taalontwikkelingsstoornis (TOS).

Het verschil tussen een taalachterstand en een taalontwikkelingsstoornis (TOS) is dat kinderen met een taalachterstand deze vaak (met logopedische hulp) weer inhalen en hier op latere leeftijd geen hinder meer van ondervinden.

Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) daarin tegen haalt (met logopedische hulp) moeizamer de taal in en kan ook op latere leeftijd nog hinder ondervinden op het gebied van taal. Wanneer er taalproblemen in de familie voorkomen, is de kans op een TOS groter.


Hoe herken je een taalontwikkelingsstoornis?

Een taalontwikkelingsstoornis bij een kind kun je herkennen aan verschillende kenmerken:

• het kind spreekt in korte, onlogische zinnen
• het kind is moeilijk verstaanbaar
• het kind is stil en/of praat weinig
• het kind kan zich moeilijk concentreren
• het kind begrijpt andere mensen vaak niet
• het kind lijkt soms niet te luisteren

Niet ieder kind met een TOS heeft last van al deze problemen. Soms wisselen de symptomen per leeftijd.

D.m.v. van de SNEL-test krijgt u in 14 vragen inzicht in de taalontwikkeling van uw kind. Klik hier om naar de SNEL-test te gaan.

Bekijk het filmpje voor het herkennen van signalen.


Gevolgen

Het hebben van een taalontwikkelingsstoornis kan veel impact hebben op het leven van een kind. Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis hebben een verhoogd risico op sociale, emotionele en gedragsproblemen. Hiernaast hebben ze een verhoogd risico op lees- en leerproblemen en worden ze vaker gepest. Als gevolg van de taalontwikkelingsstoornis kan het kind problemen hebben met het volgen van de lessen op school, soms voelt een kind zich niet prettig omdat hij of zij niet wordt begrepen. Het kind kan dan reageren door heel stil te zijn of door juist aggressief te worden.  


Meertaligheid

Een kind wordt tweetalig opgevoed wanneer hij of zij in zijn/haar ontwikkeling in aanraking komt meer twee of meerdere talen. Er bestaan twee soorten meertaligheid:

- Simultane meertaligheid: dit houdt in dat het kind vanaf de geboorte meerdere talen aangeboden krijgt. De vader spreekt bijvoorbeeld Turks, terwijl de moeder Nederlands spreekt tegen het kind.

- Sequentiële meertaligheid: dit houdt in dat het kind in de eerste paar jaar enkel de moedertaal aangeboden krijgt en later pas de tweede taal. Dit komt voor wanneer bijvoorbeeld de moedertaal van beide ouders Turks is en er dus tegen het kind enkel Turks wordt gesproken. Pas wanneer het kind naar de peuterspeelzaal of basisschool gaat komt hij of zij in aanraking met de Nederlandse taal.

Bij beide soorten van meertaligheid is het voor het kind goed mogelijk om zowel de moedertaal als de tweede taal (Nederlands te leren). Echter bij sequentiële meertaligheid moet er wel rekening gehouden worden dat het kind de Nederlandse taal in vergelijking met Nederlandse leeftijdsgenoten nog onvoldoende zal beheersen. Dit zal het kind, wanneer er voldoende taalaanbod in de Nederlandse is, snel inhalen. Belangrijk hierin is wel dat er in correcte zinnen gesproken wordt. Een kind leert de taal namelijk door nadoen, wanneer het Nederlandse (of welke taal dan ook) taalaanbod van het kind niet correct is, zal hij of zij dit overnemen en dus in niet correcte zinnen gaan spreken.

Ook kinderen met een taalachterstand of taalontwikkelingsstoornis zijn instaat om beide talen te verwerven. De taalproblemen zullen zich dan in beide talen voordoen.


Wat doet Kinderlogopediepraktijk de Kleine Octopus?

Wanneer u voor het eerst bij ons komt beginnen we met een kennismakingsgesprek. In het kennismakingsgesprek worden vragen gesteld om zo een duidelijk beeld te krijgen van uw kind. Hiernaast zal er ook uitleg gegeven worden. Vervolgens zal er onderzoek plaatsvinden om zo met deze testgegevens tot een passend behandelplan te komen. De behandelingen zullen elke week plaatsvinden en kunnen zowel direct (logopedist werkt met het kind) als indirect (logopedist begeleidt ouders in het stimuleren van de taalontwikkeling) zijn.

Kinderlogopediepraktijk de Kleine Octopus heeft veel ervaring en is gespecialiseerd in het behandelen van kinderen met een taalachterstand/ taalontwikkelingsstoornis. Met in het bijzonder:

  • HANEN (praten doe je met z'n tweeën)
    D.m.v. indirecte therapie leer ik ouders hoe zij de taal van hun kind kunnen stimuleren. Vooral bij kinderen die nog niet of nauwelijks spreken is dit een bewezen effectieve methode.
  • HANEN (leren praten is leuk)
    Leidsters van onder andere kinderdagverblijven en peuterspeelzalen leer ik hoe zij de taal van kinderen op hun groep kunnen stimuleren.
  • MetaTaal
    D.m.v. legoblokjes worden de taalregels visueel inzichtelijk gemaakt. Dit is een bewezen methode bij oudere kinderen.
  • Leespraat
    Leespraat is een methode, waarin het leren lezen samen gaat met het leren praten en communiceren, het ontwikkelen van sociaal gedrag en het begrijpen van emoties, het uitbreiden van de passieve woordenschat en de kennis van de wereld, en vaardigheden op het gebied van zelfredzaamheid, planning en zelfstandigheid.
    Bij kinderen met het Syndroom van Down lijkt de methode Leespraat goed aan te slaan, dit betekend natuurlijk niet dat deze methode niet werkt bij andere kinderen met een achterstand in de taalontwikkeling.


bron: www.logopedie.nl