Eet- en drinkproblemen







Hoe verloopt de ontwikkeling van het eten en drinken?

De ontwikkeling van het eten en drinken begint al in de baarmoeder. De foetus leert dan al reflexmatig zuigen en slikken. Zo zuigt hij op de duim-, vinger- en voetjes en drinkt hij van het vruchtwater. Dit wordt ook wel het niet voedend zuigen genoemd. Na de geboorte komt hier ook het voedend zuigen bij. Het grote verschil is dat hier de coƶrdinatie van de ademhaling bij komt kijken.

Tot ongeveer de drie maanden maakt de baby gebruik van het zuigslikreflex. Hierna neemt het reflex af en wordt het een gewoonte. In deze periode zal de baby zijn/ haar mond ook steeds meer als tastorgaan gaan gebruiken. Zo stopt hij/ zij van alles in de mond, iets wat van groot belang is ter voorbereiding op het straks eten van vast voedsel. Doordat de baby namelijk voorwerpen in de mond stopt en hierop gaat sabbelen en bijten, verplaatst het kokhalsreflex van voor, naar achter in de mond en maakt de baby kennis met verschillende structuren.

Tussen de 4-6 maanden zal de baby voor het eerst kennis maken met vast voedsel en daarbij ook met het afhappen vanaf een lepel. In het begin zie je dat de baby voornamelijk nog sabbelt op het groente- fruithapje, maar na een tijdje zal dit veranderen in echt afhappen. Gemiddeld duurt het ongeveer 7 weken eer de baby deze nieuwe vaardigheid onder de knie zal hebben.

Vanaf 8 maanden zal de baby grover voedsel leren kauwen. In het begin zal dit gepaard gaan met veel kokhalzen en verslikken. De baby is immers nog gewent om het voedsel (vrijwel) niet te hoeven kauwen en zal dit dus moeten leren.

Bij 10-12 maanden leert de baby drinken uit een beker en daarbij het doseren van de slokken. In het begin zal dit gepaard gaan met verslikken en veel vochtverlies, maar uiteindelijk zal dit verdwijnen.


Wat als de ontwikkeling van het eten en drinken anders verloopt?

Het kan zijn dat uw zoon of dochter moeite heeft met het drinken uit de borst/ fles, het eten van een lepel, het drinken uit een beker of het leren kauwen van vast voedsel. In al deze gevallen kan kinderlogopediepraktijk de Kleine Octopus hulp bieden.

Wanneer het kind zich veel verslikt kan er sprake zijn van een slikstoornis. Wegens veiligheidsoverwegingen kan er dan samen met ouders besloten worden om over te gaan naar sondevoeding.
Bij sondevoeding wordt de voeding d.m.v. een slangetje via de neus (komt het meest voor) of in de maag gegeven. Hiervoor kunnen verschillende redenen zijn:

  • het kind heeft moeite met eten, drinken en/of slikken.
  • het kind is niet instaat om te slikken.
  • het kind weigert voedsel.
  • wanneer het eten en drinken niet veilig is (het kind verslikt zich veel of voedsel komt ongezien in de luchtpijp/longen).


Wat doet Kinderlogopediepraktijk de Kleine Octopus?

Wanneer uw zoon/ dochter eet- en/ of drinkproblemen heeft vinden de behandelingen bij u thuis plaats. Tijdens de eerste afspraak starten we met het kennismakingsgesprek. In het kennismakingsgesprek worden vragen gesteld om zo een duidelijk beeld te krijgen van uw kind en de eet- en/of drinkproblemen. Hiernaast zal er ook uitleg gegeven worden. Vervolgens zal er onderzoek en een observatie van het eten en drinken plaatsvinden om zo tot een passend behandelplan te komen. Tijdens de behandelingen worden er adviezen gegeven over een goede houding en technieken en zal er gekeken worden naar de best passende speen, fles of beker. Hiernaast kunnen er ook gerichte oefeningen geadviseerd worden om bijvoorbeeld het kauwen te stimuleren.
Om eventuele onderliggende medische problemen, die van invloed kunnen zijn op het eet- drinkprobleem van uw zoon/ dochter, uit te sluiten is er altijd een verwijsbrief van de (huis)arts nodig.

Kinderlogopediepraktijk de Kleine Octopus is gespecialiseerd in het behandelen van kinderen met eet- en drinkproblemen. Met in het bijzonder:

  • Kinderen met problemen bij lepelvoeding, kauwen van vast voedsel en drinken uit een beker.
    De preverbaal logopedist helpt ouders en het kind om de aanwezige eet- en drinkproblemen aan te pakken. Hiernaast helpt de preverbaal logopedist ook bij het afbouwen van sondevoeding. Bij het afbouwen van sondevoeding wordt er nauw samengewerkt met andere disciplines, zoals een diƫtist of kinderarts.
  • Flesweigeraars.
    Wanneer een baby wordt geboren drinkt hij/zij door gebruik te maken van reflexen. Een bekende hiervan is het zuig- slikreflex. Gedurende de eerste drie maanden verdwijnt dit reflex en leert de baby zelf drinken. Echter wanneer de baby in de eerste drie maanden borstvoeding kreeg en er onvoldoende aandacht werd besteed aan het leren drinken uit een fles kan het gebeuren dat het de baby niet (meer) lukt om uit de fles te drinken. Als preverbaal logopedist help ik ouders om de baby te leren drinken uit een fles.
  • ARFID
    ARFID staat voor 'Avoindant/Restrictive Food Intake Disorder' en is een afwijking in het eetgedrag. Kinderen (en volwassenen) met ARFID eten te weinig en/of zeer selectief. Zo kan het bijvoorbeeld voorkomen dat het kind enkel brood zonder korsten en chips eet. Groenten worden dan (in dit voorbeeld) door het kind als onveilig bestempeld. Door het kind met behulp van o.a. het 'leren lusten plan' vertrouwd te laten raken met groenten zal hij/zij deze langzaam (weer) drurven eten.


bron: www.logopedie.nl